|
Françoise
Toen ik klein was en men vroeg mij,
wat wil jij later worden, antwoordde ik: schilder.
Ik ben, na enige omzwervingen in de wetenschappen dan ook
schilderen gaan studeren. Om na 4 jaar Sint-Lucas te beseffen
dat ik nog alles te leren had en nog niets te vertellen.
Omdat ik nog niet uitgestudeerd was ben ik het keramiekatelier
binnengestapt, klei fascineert me en ik speel graag met vuur.
Het eigenzinnige karakter van de klei past zo goed bij me
dat ik sindsdien niet meer zonder kan.
Om ook buiten de lesuren bezig te kunnen zijn
bezoek ik een open atelier van het OCMW. Walter De Buck. werkt
er aan de beelden voor de brug der keizerlijke geneugten,
mensen van allerlei pluimage doen er hun ding in de diverse
ateliers.
Wanneer blijkt dat ik behalve potjes maken het ook nog goed
kan uitleggen wordt me een job aangeboden.
Vanaf dan (1995) werk ik full time voor dit
socio-cultureel project dat in de loop van zijn bestaan verschillende
namen, werkgevers en invullingen kent maar het best bekend
is als Koloriet, onder de dienst sociale zaken van de stad
Gent. Ik leer er omgaan met zeer diverse doelgroepen, krijg
de kans een nieuw keramiekatelier uit te bouwen met alle materialen
en eigen methodieken, leer wijkprojecten uit te werken en
te realiseren met buurtbewoners, leer zoveel mogelijk technieken
om een antwoord te hebben op de vragen van mijn leerlingen,
kortom, ik ben gepassioneerd door mijn job.
Als ik daarnaast nog een goed gevuld sociaal
leven wil onderhouden, tweede trompet leer spelen in een afro-caraibische
marching band, kostuums en decors maak voor diezelfde band
en de brusselse zinneke parade kom ik in tijdsnood.
Ik besluit een tijdje part-time te werken en te investeren
in het uitwerken van mijn eigen artistiek werk want nu heb
ik zoveel te zeggen en nog zoveel te leren.
Wanneer eind 2003 Koloriet als stadsproject
beëindigt wordt krijg ik de spreekwoordelijke schop onder
mijn kont die ik nodig had om mijn eigen werk ook concreet
te maken.
Materiaal: porselein.
Fascinatie: licht.
Specialiteit: moulage.
Resultaat: eigenzinnig lampen.
Bestaande vormen afgegoten (vissen, hammen,
groenten) bevreemdend door wat ze zijn en wat ze zijn geworden.
Geen kleur, wit porselein volstaat, en licht, voor vurig oranje.
Elke lamp is een sculptuur, elke keer weer
de strijd tussen vorm en techniek, want dat is de uitdaging:
de sculptuur moet een bruikbare lamp worden en dus aan andere
eisen voldoen, wat voor concrete grenzen zorgt maar ook zin
geeft.
Ik balanceer op de grens tussen kunst en ambacht, doorslaggevend
is het plezier dagelijks objecten met een ziel te kunnen gebruiken.
Zo maak ik ook tassen, schalen, vazen in steengoedklei, juwelen
in porselein en zilver, ik zoek een persoonlijk antwoord voor
het alledaagse.
Close
|